Rome.nl - Aquaducten Rome
Vertrouwd boeken, veilig betalen

GaSamen.nl Stedentrips is lid van de Stichting Garantiefonds Reisgelden ( SGR )

Contact en Vragen

Bel 0900-STEDENTRIP (0900-7833368)
15 ct/m, ma-vrij 9-17 uur, za 10-16 uur

> contact formulier
> veelgestelde vragen

GaSamen.nl Nieuwsbrief

Wilt u op de hoogte blijven van acties en aanbiedingen van GaSamen.nl? Vul dan hier uw mailadres in:


 

U kunt zich hier afmelden.

Wilt u deze site vaker bezoeken?
Sla hem op bij uw favorieten, klik hier.

Rome.nl » Informatie » Bezienswaardig » Topattracties » Aquaducten

GaSamen

Aquaducten

Aquaducten

De methode om water te leiden naar de plaats waar het gebruikt wordt, is eigenlijk geen Romeinse uitvinding. Vanaf de vroegste oudheid werden woongebieden in Mesopotamië al van water voorzien door overdekte kanalen die een verbinding vormden met de Tigris en de Euphraat. Ook de Grieken hebben onderaardse gangen en kanalen gebruikt, die in de rotsen waren uitgehouwen, om het water naar droge gebieden te laten stromen.

De Romeinen hebben als eersten het aquaduct ontworpen als oplossing voor het probleem van de watervoorziening. Zij gaven de voorkeur aan hooggelegen toevoerkanalen boven leidingen op de begane grond of onderaards. De reden was dat de Romeinse ingenieurs altijd bezwaar maakten tegen het gebruik van hevels, maar ook omdat een toevoerkanaal hoog in de lucht het water beter zou vrijwaren tegen verontreiniging of tegen diefstal.

Door de invoering van de techniek van blokkenbouw werd het mogelijk grote solide bogen te construeren voor het dragen van de bovenbouw. Zo konden moeilijkheden met een onregelmatig terrein worden overwonnen, waardoor de lengte werd bekort.

Het verval van de toevoerkanalen werd zorgvuldig bestudeerd om te voorkomen dat de hellingen (en dus de druk) te groot zouden worden. In de toevoerlijn waren reservoirs (castella) aangebracht vanwaar het water tenslotte door bronzen buizen (calices) in het distributienet van loden buizen (fistulae) stroomde. In het open veld pasten de grote bogen, die het gemetselde waterkanaal droegen, goed bij het landschap, waardoor soms ware kunstwerken ontstonden. Hier en daar werd het kanaal voorzien van een bovenbouw.

De watervoorziening van Rome was altijd een grote zorg voor de keizer. Uitsluitend mannen die een goede reputatie bij de keizer hadden, werden belast met de verantwoordelijkheid voor de organisatie van aanvoer en distributie. Tegen het eind van de eerste eeuw van onze jaartelling leverden de aquaducten 992.200 m water, genoeg om de één miljoen Romeinen in de stad dagelijks tussen 600 en 900 liter water per persoon beschikbaar te stellen. Het water werd verdeeld door de staat en was op een of andere wijze staatseigendom. Toch werd het dankzij de corruptie gewoonte om met medeplichtigheid van het lagere personeel aftakkingen te maken.

Het eerste aquaduct (de Aqua Appia) werd gebouwd door Appius Claudius, later bijgenaamd Caecus ('de blinde'), die ook de Via Appia liet aanleggen (de beroemde straatweg van Rome tot Capua). Het aquaduct kwam gereed in 312 vr Christus en was gebaseerd op de technieken die de Grieken toepasten. Het ging erom de helling van het kanaal vol te houden, zodat het hoogste punt steeds op een hoger niveau bleef dan het eindreservoir. Door het hoogteverschil had deze Aqua Appia een lengte van 16,5 km, terwijl de bron van het water op slechts elf kilometer van Rome lag.

De Anio Vetus, in 272 vr Christus gebouwd, was 60 kilometer lang en vertegenwoordigde in feite het eerste exemplaar van een aquaduct. De Anio Vetus werd als eerste exemplaar van een aquaduct beschouwd omdat dit aquaduct minder op de technieken van de Grieken gebaseerd was en meer leek op de aquaducten zoals wij die van de Romeinen kennen.

De Aqua Marcia werd in 144 vr Christus gebouwd. Met deze waterleiding, waarvan de bouw vier moeizame jaren vergde, merkte men dat het water een betere kwaliteit had. Ook de distributie was verbeterd. Bij dit aquaduct werd een speciale techniek (omgekeerde hevel) toegepast, waardoor de bouwers bijvoorbeeld een vallei konden overwinnen.

Aan het einde van de eerste eeuw vr Christus werd de omvang van de bestaande watertoevoer vergroot en werden er nog twee aquaducten aan toegevoegd, de Aqua Iulia en de Aqua Virgo. Keizer Augustus liet de Aqua Alsietina bouwen, gevoed door een meer in Etrurië. Dat water was niet drinkbaar en werd gebruikt voor de zeeslagen die in het Colosseum werden nagespeeld.

De laatste aquaducten werden aangelegd door Claudius en Nero met het oog op de watervoorziening van de hoger gelegen stadswijken die nog altijd water te kort kwamen. Onder Claudius en Nero kregen de aquaducten de grootste allure.

Bron: Scholengemeenschap De Grundel, Hengelo

 

Liever op strandvakantie? Kijk op onze partner site Egypte.nl