Bel 0900-STEDENTRIP (0900-7833368)
15 ct/m, ma-vrij 9-17 uur, za 10-16 uur
Contact en Vragen
GaSamen.nl Nieuwsbrief
Wilt u op de hoogte blijven van acties en aanbiedingen van GaSamen.nl? Vul dan hier uw mailadres in:
U kunt zich hier afmelden.
Wilt u deze site vaker bezoeken?
Sla hem op bij uw favorieten, klik hier.
Meer Topattracties
- > Zuil van Phocas
- > Zuil van Traianus
- > Villa d`Este
- > Villa Adriana
- > Vaticaanse Musea
- > Theater van Pompeius
- > Thermen
- > Stazione Termini
- > Theater van Marcellus
- > Spaanse Trappen
- > Piramide van Cestius
- > Obelisken
- > Pantheon
- > Mythraeum
- > Lacus Curtius
- > Isola Tiberina
- > Huis van de Vestaalse Maagden
- > Curia Iulia
- > Domus Aurea
- > Colosseum
- > Basilica Maxentii
- > Basilica Aemilia
- > Basilica Iulia
- > Circus Maximus
- > Castello Sant`Angelo
- > Aureliaanse muur
- > Ara Pacis Augustae
- > Aquaducten
Ga terug naar
GaSamen
Vaticaanse Musea
Vaticaanse Musea
De grootste verzameling van oudheidkundige kunstwerken bevindt zich in de Vaticaanse Musea (Musei Vaticani). In de afgelopen eeuwen zijn verschillende afdelingen ingericht om de reusachtige collecties te herbergen. Hieronder volgt een korte beschrijving van vooral de beeldhouwkunst die er bewonderd kan worden.
De eerste kunstverzameling van enige betekenis ontstond in de renaissance. Het was paus Sixtus IV (1471-1484, dezelfde die in 1473 de Sixtijnse kapel liet bouwen) die in 1472 de aanzet gaf tot de bouw van het eerste museum in het Vaticaan. De pauselijke collectie werd ondergebracht in de Cortile del Belvedere, gebouwd door Giacomo da Pietrasanta (geboren in Lucca, 1452-1495) naar een ontwerp van Bramante.
Maar al gauw toonden de pausen op het gebied van kunstbeheer een grote mate van gulheid: kardinalen en bevriende buitenlanders kregen regelmatig een geschenk in de vorm van een antiek kunstwerk. Zo raakte het pauselijk bezit verspreid en zag men pas laat de bijzondere waarde van de Vaticaanse collecties in. De huidige collecties zijn ingericht in de 18de en 19de eeuw en iedere afdeling draagt de naam van de verantwoordelijke paus(en).
De stichter van de afdeling Egyptische kunst is paus Gregorius XVI en 'zijn' afdeling (Museo Gregoriano Egizio) bestaat sinds 1839. Hier zijn kunstvoorwerpen samengebracht die oorspronkelijk afkomstig zijn uit het Capitolijns museum, de Villa Hadriana en het Vaticaan zelf. De afdeling die paus Pius VII Chiaramonti (1800-1823; Museo Chiaramonti) heeft laten inrichten is eigenlijk niet meer dan één lange gang van zo'n 300 meter lengt.
Dit gedeelte herbergt een grote verzameling bustes en reliëfs, die in een onafzienbare reeks tegen de beide wanden zijn aangeplakt. Bij de inrichting is rekening gehouden met het binnenvallende licht, want de belangrijkste exemplaren zijn opgesteld tegen over de raampjes, hoog in de muur uitgespaard. Dit heeft niet mogen baten, want een vernuft van belichting is deze ruimte nooit geworden.
Hoe anders is dat met de Braccio Nuovo (nieuwe vleugel) die er haaks opstaat. In de jaren 1817-1822 heeft Raffaele Stern hier een galerij van 8 bij 70 meter ontworpen. Deze gang wordt geflankeerd door vele nissen waar vele topstukken staan opgesteld. Een kopie van Polykleitos' lansdrager (doryphoros) staat verderop in de gang.
Polykleitos leefde en werkte in de 5de eeuw v. Chr. en was vermaard om zijn visie op de proporties van het menselijk lichaam. Hij schreef er zelfs een theo-retisch werkje over, dat jammer genoeg niet is overgeleverd. Simpel gezegd komt het erop neer dat de verhoudingen van het lichaam door de afmeting van het hoofd worden bepaald. Polykleitos' beelden bezitten steeds een zekere rankheid.
Bijzonder fraai is het standbeeld van keizer Augustus, naar zijn vindplaats Augustus van Prima Porta genoemd (het werd in 1863 opgegraven op het landgoed van zijn echtgenote Livia, dat de rustieke naam droeg Ad Gallinas, 'Bij de kippen'). De keizer is afgebeeld in de houding van een veldheer die zijn manschappen toespreekt (allocutio). Zijn gezicht straalt eeuwige jeugd, zijn kuras toont de symbolen van zijn goddelijke afkomst.
Het benadrukken van Augustus' bovenmenselijke karakter was een vast element van de keizerlijke propaganda, om welke reden hij blootsvoets is voorgesteld, zoals klassieke godenbeelden dat zijn. Aan zijn rechtervoet heeft de beeldhouwer het steunprobleem, dat ieder marmeren beeld kent, opgelost door een Cupido (zoontje van de godin Venus die een voorouder van Augustus was) op een dolfijn te laten rijden.
Heel belangwekkend is de afdeling aan het noordeinde van de begane grond die tot stand is gekomen onder de pausen Clemens XIV en Pius VI (Museo Pio-Clementino). Beroemde vondsten hebben hier een vaste plek gekregen. In de Sala a Croce Greca staan de twee sarcofagen opgesteld van Constantina (dochter van keizer Constantijn de Grote) en Helena (zijn moeder). Midden in de Sala Rotonda staat een reusachtige, porfieren schaal opgesteld die afkomstig is uit het gouden huis van keizer Nero, dit om enige voorstelling te krijgen van de enorme afmetingen en luxueuse aankleding van Nero's 'optrekje'.
In de Sala delle Muse staat tegen de wand de herme van Perikles, wellicht het beste portret dat wij van deze Atheense staatsman bezitten (het is een kopie naar een origineel uit de vijfde eeuw v. Chr. van de hand van de beeldhouwer Kresilas). Als we de Sala degli Animali inlopen zien we de beeldengroep van Meleager (met hond en kop van het Erymantisch everzwijn), een kopie van een werk van Skopas (vierde eeuw v. Chr.).
Het kan niet op: in de Galleria delle Statue staat een beroemd werk van Praxiteles opgesteld, de god Apollo die een hagedis doodt (Apollo Sauroktonos, kopie naar een origineel in brons). Praxiteles was in de vijfde eeuw v. Chr. een beroemd beeldhouwer in Athene. Zijn beelden van menselijke gestaltes ademen een sfeer van natuurlijke schoonheid. (Zie zijn opvatting van de Hermes Pyschopompos, 'begeleider van de zielen', in de Cortile del Belvedere).
Zijn meest bekende werk is de Aphrodite van Knidos (loop hiervoor even het Gabinetto delle Maschere binnen), een voor zijn tijd gedurfd ontwerp, omdat hier voor het eerst in de kunstgeschiedenis de godin helemaal naakt wordt voorgesteld. Als je goed kijkt, lijkt de godin, die voorgesteld wordt op het moment dat zij een bad neemt, even te rillen.
Uit het einde van de vierde eeuw v.Chr. hebben wij werk van Lysippos, de zich afschrapende atleet (de apoxyomenos, in de Sala delle Iscrizioni). Lysippos (geboren in Sikyon in 390 vr Chr.) was de grootste Griekse beeldhouwer uit de vierde eeuw vr Chr. Hij markeert de overgang van de klassieke naar de hellenistische beeldhouwkunst. Zijn beelden hebben ten opzichte van de rest van het lichaam een 'groter' hoofd (1:7) en zo voert Lysippos een nieuw canon in na Polykleitos (1:8). In zijn beelden streeft hij een ongekend realisme na. Deze staan niet geïsoleerd in de ruimte, maar zoeken contact met de toeschouwer. Ze zijn uitgebeeld in een vluchtig moment van wankel evenwicht en ademen een sfeer van grote spanning of diepe concentratie. Lysippos is de meest nagevolgde beeldhouwer geworden zowel in de klassieke oudheid als in de renaissance.
Zoals in het begin opgemerkt is het oudste gedeelte van het museum de Cortile del Belvedere. Topstukken hebben hier een ereplaatsje gekregen. Alle aandacht wordt getrokken door de Laokoön, een beeldengroep van Hagesandros en zijn zonen Athenodoros en Polydoros. Hier wordt het verhaal van de Trojaanse priester Laokoön en zijn twee zoontjes uitgebeeld, terwijl zij door twee slangen worden doodgebeten.
De dichter Vergilius vertelt in zijn Aeneïs (tweede boek, vss. 40-56 en 199-227) hoe de priester als enige de Trojanen ervoor waarschuwde het houten paard binnen te halen. De speer die hij bij zich draagt laat hij trillend in het hout belanden dat een holle klank voortbrengt, en spreekt dan de betekenisvolle woorden "Quidquid id est, timeo Danaos et dona ferentes" (Wat het ook voorstelt, ik ben bang voor de Grieken, zelfs als zij geschenken meebrengen). Laokoön echter wordt voor zijn waarschuwende woorden door de goden gestraft en hoe het met Troje afloopt weten wij, want er is geen Trojaan die hem gelooft.
Johann Joachim Winckelmann (1717-1769) werd hier bijkans lyrisch, toen hij voor het eerst oog in oog kwam te staan met een ander beeldhouwwerk in de Cortile del Belvedere (vanwege zijn achthoekige vorm ook wel Cortile Ottagono geheten). Winckelmann wordt ook wel de eerste, moderne archeoloog genoemd. Hij had een revolutionaire visie op de werkwijze van de 'archeoloog', die vr zijn tijd slechts uit was op spectaculaire vondsten en zich niet bekommerde om een opgravingsmethode die de wetenschapper bij verder onderzoek kon dienen.
Heel opvallend was zijn waardering en onderzoek van de Griekse kunst, die hem toen slechts bekend was van Romeinse kopieën. Het absolute meesterwerk was in zijn ogen de Apollo Belvedere, een kopie naar een origineel uit de vierde eeuw v.Chr. van de hand van de beeldhouwer Leochares. De god is hier uitgebeeld bij het hanteren van zijn pijl en boog; zijn mantel heeft hij losjes over een bovenarm hangen.
Zijn liefde voor dit beeld mag een wetenschappelijke en kunstzinnige houding tegenover de Griekse kunst verraden, in het werkelijke leven was Winckelmann fervent op zoek naar de andere, 'Griekse' liefde en dat moest een keer misgaan. Op 7 juni 1769 werd hij in een herberg in Triëst door een Venetiaan, met wie hij tijdelijk vertier zocht, vermoord, omdat zij het niet eens werden over de prijs.
Tot besluit nog een werk dat, zo verminkt als het tot ons is gekomen, grote invloed heeft gehad (en nog steeds heeft) op de westerse kunst. We lopen het Atrio del Torso binnen en zien een brok marmer waarin slechts de romp van een lichaam valt te herkennen. Het beeldhouwwerk (een atletische gestalte in ruste, zonder armen, benen en hoofd) wordt door de meesten gehouden voor Hercules gezeten op een dierenvel. Het draagt de signatuur: Apollonios, zoon van Nestor uit Athene. Deze Apollonios behoorde tot de zogenaamde neo-Attische school en leefde in Rome aan het eind van de republiek (dat wil zeggen tweede helft eerste eeuw v. Chr.).
Ook de vuistvechter in het Planetario in Rome is van zijn hand. Het beeldhouwwerk is, net als de Laokoön, in 1506 gevonden en werd door de renaissancekunstenaars (voorop Michelangelo) hooglijk bewonderd. Het werk wordt samen met de sculptuur van het Zeusaltaar van Pergamon, de Laokoön (beeldengroep van Hagesandros en zijn zonen Athenodoros en Polydoros), de beelden uit de grot van Sperlonga, de twee centauren in het Capitolijns Museum en de gladiator in het Louvre gerekend tot het late Hellenisme en de Rhodische school. 'All have the swelling muscles and restless poses favoured in late Hellenistic art.' (Gisela Richter, A Handbook Of Greek Art, p.177).
Vaticaan Stad Plattegrond
Klik hier voor plattegrond
Adres:
Viale Vaticano
Città del Vaticano
Tel: 06-69883333
Internet:
Vaticaanse Musea
Openingstijden:
Van 1 november tot 31 maart geopend van maandag tot zaterdag en de laatste zondag van de maand van 08.45 13.45. Van 1 april tot 31 oktober geopend van maandag tot zaterdag en de laatste zondag van de maand van 08.45 16.45 (entree tot 15.45).
Gesloten op 1 en 6 januari, 11 februari, paasmaandag, 1 mei, 29 juni, 15 augustus, 1 november, 8 en 25 december.
Entreeprijzen:
Standaardtarief: 9,30 (toegang tot alle Vaticaanse musea)
Reductietarief: 6,20
Openbaar Vervoer:
Metro: Lijn A; Ottaviano
Bus: 907, 991, 81, 51, 23, 49, 19, 990, 64
Bron: Scholengemeenschap De Grundel, Hengelo